INTERVIEW IN PF MAGAZINE

Kopie van een interview in het tijdschrift PF magazine.
(magazine voor professionele fotografie)

Eric ‘Ervani’ van Nimwegen is filmmaker en eigenaar van Staalwol Film. Hoe heeft hij zijn onderneming opgezet en hoe gaat hij om met het ondernemerschap.

Kunt u iets vertellen over de opzet van uw onderneming?
“Na mijn opleiding fotografie aan de voormalige School voor Fotografie in Den Haag ben ik eerst een aantal jaar als fotograaf aan de slag gegaan. Maar als twintigjarige valt het niet mee om serieus met zaken bezig te zijn en eigenlijk was ik vooral bezig met ‘creatief zijn’, met dus vooral niet commercieel werk. Ik ben echter ooit aan de opleiding fotografie begonnen omdat ik als cameraman bij speelfilms wilde werken. Op een gegeven moment ben ik een opleiding tot video-editor begonnen bij de Media Academie (NOB). Vanaf dat moment heeft mijn huidige carrière vorm gekregen: Werken als filmmaker. Geef mij een camera in de hand en ik ben gelukkig en verzet bergen werk.”

FIRST THREE MINUTES AFTER DEATH

U was in het verleden fotograaf, wat fotografeerde u vooral?
“Tijdens mijn opleiding heb ik stage gelopen bij Erwin Olaf en qua fotografie zat ik destijds ook in de ‘creatieve hoek’. Ik maakte alleen maar geënsceneerde foto’s waarbij ik alles naar de hand kon zetten. Uitzondering daarop waren de landschappen die ik maakte. Van kunst valt echter niet te leven en dus is het slechts voor een kleine groep mensen weggelegd om daadwerkelijk van kunst te leven zonder daarbij afhankelijk te zijn van allerlei subsidies en uitkeringen. Een weg waar ik op een gegeven moment wel klaar mee was.”

Waarom bent u overgestapt op het filmen, en hoe ging dat precies?
“Ik ben aan mijn fotografieopleiding begonnen nadat ik op de filmacademie was afgewezen. De opleiding was dus eigenlijk een tweede keuze, wat niet wegneemt dat fotografie wel al een tijdje een hobby van mij was. Het was dus de bedoeling om na mijn fotografieopleiding de filmwereld in te stappen. De fotografie heeft destijds tevens mijn hart gestolen waardoor ik een tijd als fotograaf door het leven ben gegaan. Ik was echter voorbestemd om als cameraman (film) te gaan werken. Op een gegeven moment heb ik een redelijk zwaar auto-ongeluk meegemaakt waarna ik angst voor autorijden kreeg. Als cameraman, maar ook als fotograaf, moet je veel reizen en die angst betekende dus een tijdelijk streep door mijn carrière. Wat dat betreft kwam de opleiding tot video-editor als geroepen. Bij het NOB had men destijds een grote groep video-editors nodig omdat men bezig was met het opzetten van een commerciële voetbalzender.”

BIRD MAD GIRL

Bij filmmaken komt veel kijken, hoe gaat u te werk. Alleen of met een team? En verzorgt u ook zelf de montage en het geluid?
“De grootte van het team hangt af van de omvang van de opdracht. Er zijn voldoende opdrachten die ik als one-man-band verzorg. Wat dat betreft ben ik vaardig op meerdere gebieden. Het werken met een klein team heeft ook als groot voordeel dat je jezelf sneller kan bewegen. Dit in de zin van dat je niet met een team van vijf man/vrouw rondloopt wat ten eerste intimiderend voor mensen kan zijn als ze worden geïnterviewd, maar een dergelijk grote groep trekt ook negatieve aandacht van voorbijgangers. Het zijn van die standaard vragen die men dan begint te schreeuwen: ‘Is dit voor RTL?’, ‘Kom ik ook op de TV?’

Een compact team werkt als een zogenaamde ENG ploeg (Electronic News Gattering), dus cameraman/vrouw, geluidsman/vrouw en dan vaak aangevuld met een regisseur of verslaggever. Een andere term die je steeds vaker tegenkomt is Camjo, dit is een camerajournalist en eigenlijk is dat de one-man-band die ik eerder benoemde: een cameraman/vrouw die het geluid verzorgt en daarbij ook interviews afneemt. Ik verzorg altijd zelf de montage van mijn films. Het voordeel is ook dat als je zelf monteert, je precies weet wat je hebt opgenomen en dus eigenlijk nooit lang hoeft te puzzelen om een verhaal in elkaar te laten vallen.

Hoe zou u zichzelf als filmmaker omschrijven? Wat is uw passie?
“Ik werk met net zo veel plezier aan een commerciële bedrijfsfilm als aan een documentaire, maar mijn voorkeur gaat toch wel uit naar films waarin het menselijke verhaal een rol speelt. Emoties, echte gesprekken waarbij het voor mij een groot compliment is als ik de kijker weet te pakken en mij wordt ‘verweten’ dat men met tranen in de ogen naar een film heeft zitten kijken omdat het verhaal van de geïnterviewde zo aangrijpend was. Ik kan ook ontzettend genieten van landschappen, vreemd genoeg gaan film en landschappen op het eerste gezicht niet heel goed samen. In een landschap beweegt immers niet zo veel of het moeten de bomen zijn die heen en weer deinen op de wind. Ik kan er echt van genieten als ik mooie wolken over een plat polderlandschap zie drijven. Landschappen maak ik meestal op een vrije zondag. Niet om er geld mee te verdienen, maar gewoon omdat ik het lekker en leuk vind.”

INEZ

Komen alle inkomsten tegenwoordig uit het filmen, of ook nog uit de fotografie?
“Mijn inkomsten komen vrijwel volledig uit de film, maar ik merk wel steeds vaker dat fotografen in mijn vijvertje beginnen te vissen omdat opdrachtgevers aan fotografen beginnen te vragen of ze ook even een filmpje kunnen maken. Het woord ‘filmpje’, ik heb er zo’n hekel aan. Filmen is een totaal andere discipline dan fotografie, er komen echt totaal andere zaken bij kijken. Een goede fotograaf hoeft lang niet altijd een goede filmmaker te zijn.”

Hoe heeft u dit concept in de markt gezet en waar ligt de focus op?
“Ik ben een echte filmmaker en het in de markt zetten van mijn product is eigenlijk mijn zwakke punt. Ik werk echter veel samen met een producent waarbij hij de klussen weet binnen te halen en ik voor de uitvoering zorg. Ik moet wel zeggen dat mijn opleiding destijds erg te kort heeft geschoten op het gebied van het commercieel maken van je werk. Wij leerden van alles over fotografische technieken, maar nog nooit heeft iemand geleerd om een goed portfolio samen te stellen of om een goed gesprek met potentiële klanten aan te gaan. Dat is mij achteraf gezien best een doorn in het oog en ik hoop echt dat men dit tegenwoordig veel beter integreert in de opleidingen.”

Bent u door de overstap naar het filmen anders naar het vak fotografie gaan kijken?
“Ja ik ben totaal anders gaan kijken. Toen ik net met fotografie begon, werkte ik echt conceptueel waarbij ik alles in scène zette. Door mijn film ben ik juist veel meer gaan werken op het gebied van reportages. Dingen filmen zoals ze daadwerkelijk zijn. Tijdens mijn opleiding fotografie vond ik al die journalistieke fotografie helemaal niets, eerlijk gezegd haalde ik daar destijds zelfs mijn neus een beetje voor op want ik maakte kunst. Nu ben ik juist 180 graden omgedraaid. Ik heb tegenwoordig nog maar weinig met dat onbegrijpelijke kunstzinnige ‘gewauwel’ en werk juist meer in de richting van documentair/reportages. Omdat ik als filmmaker altijd met horizontale beelden werk merk ik dat als ik fotografeer mijn kaders eigenlijk altijd verticaal zijn, het biedt totaal andere mogelijkheden als het om het maken van een compositie gaat.”

PARFUM

Is er sprake van concurrentie? En waarin bent u onderscheidend ten opzichte van de concurrentie?
“Ik heb vooral heel veel te maken met valse concurrentie. Dit in de zin van dat zonder blikken of blozen ook grote bedrijven doodleuk vragen of je een film wilt maken omdat het goed is om het portfolio mee te vullen. Als men daarover begint, weet je al dat er geen budget is en dat men eigenlijk wil dat je even gratis een film komt maken. En toch zijn er nog mensen die een dergelijke klus oppakken en dat zijn tegenwoordig de ‘gevaarlijke’ concurrenten. Ik noem altijd het verhaal van iemand die zegt: ‘oh ja, ik ken ook nog wel de zoon van een vriendin van mijn buurvrouw die maakt ook filmpjes’. De markt is de laatste tijd echt verziekt en wat dat betreft merk je dat er een grote verschuiving bezig is. Het heeft er natuurlijk alles mee te maken dat tegenwoordig iedereen zichzelf fotograaf of filmmaker noemt nadat men zichzelf een DSLR heeft omgehangen.”
“Ik sprak er pas nog mee met een collega, vroeger waren wij als fotografen halve alchemisten en stonden wij in een doka, bezig met chemicaliën. En dan telkens toch weer die spanning of de film wel juist belicht was. Tegenwoordig zie ik fotografen die ik eigenlijk vooral hoor omdat ik niets anders hoor dan klik, klik, klik. Men schiet maar wat raak en maakt thuis wel een selectie en dan helpt Photoshop nog wel om er een fatsoenlijke afdruk van te maken. Zowel fotografie als film zijn te makkelijk geworden, te mainstream. Wat dat betreft mag het voor mij wel weer veel moeilijker worden. De manier waarop je jezelf nog kan onderscheiden, is door de klant er van te overtuigen dat men toch voor kwaliteit moet gaan. Of je moet meegaan in de prijzenslag en jezelf als een Aldi of Lidl in de markt zetten.”

Welke problemen komt u als ondernemer tegen en hoe gaat u daarmee om?
“Grootste probleem is echt het opbouwen van een netwerk dat commercieel interessant is. Ik heb in mijn jeugd te veel tijd doorgebracht in het circuit van kunstenaars. Als er ergens geen geld te halen valt dan is het wel in die wereld en dus is dat netwerk commercieel gezien niet van waarde. Het is echt een hele klus om een goed netwerk op te bouwen!”

Waar wilt u naartoe groeien?
“Het is niet zo zeer een kwestie van groeien, maar van doorpakken en vasthouden, maar het is wel een doel om ook een knaller van een documentaire te maken. Daarvoor heb ik al een plan liggen maar het onderwerp waarmee ik aan de slag wil gaan ligt heel erg gevoelig dus ik wacht op het juiste moment om te starten met deze documentaire”

MARK

Kunt u nog een bijzondere anekdote ophalen?
“Ik wil geen anekdotes ophalen, maar denk liever aan de mooie momenten die je in dit vak meemaakt. Je komt immers heel vaak bij wildvreemde mensen over de vloer en als je dan na aan paar uur opnames naar huis gaat, kan je hele mooie of verdrietige momenten hebben meegemaakt. Zo ben ik voor een televisieprogramma een keer een week op pad geweest met een meisje uit Kenia dat haar hele familie aan aids had verloren. Dat is voor mij misschien wel de meest leerzame week in mijn leven geweest. Of er mannetjes in de pinautomaat zaten die geld naar buiten duwde, kijk dat was leuk en grappig. Of het moment dat ze voor het eerst op schaatsen stond, ook leuk. De klap kwam echter toen ze een veertienjarig leeftijdsgenootje tegenkwam die met aids is geboren en van wie haar moeder nog leefde. Dit was volgens haar onmogelijk en zij dacht dat wij (de crew) haar in de maling namen want het kon gewoon niet dat het meisje aids had. Ze was immers dik, mooi en gezond. Onmogelijk als je een familie aan aids hebt verloren. Kijk dat is geen mooie anekdote, maar een moment dat ik nooit meer zal vergeten. Ook nu denk ik er twaalf jaar na de opnames nog aan als ik dit interview geef.”